Financieel voordeel

Hoeveel voordeel levert WBSO op?

Gepubliceerd op 8 maart 2026 · Bijgewerkt op 5 april 2026

WBSO geeft een directe verlaging van de loonheffingen die je maandelijks afdraagt aan de Belastingdienst. Je krijgt dus geen bedrag uitgekeerd, maar je hoeft minder loonheffingen te betalen. Voor de bedrijven die in aanmerking komen voor WBSO is dit een aantrekkelijke manier om aanzienlijk op de loonheffingen te besparen.

WBSO-tarieven 2026

SchijfGrondslagTarief
Eerste schijft/m €391.02036% en 50% voor starters (jonger dan 5 jaar)
Tweede schijfBoven €391.02016%

Wat is de WBSO-grondslag?

De grondslag is het bedrag waarover het WBSO-tarief wordt berekend. Je kiest bij de aanvraag voor één van twee methoden: forfaitair of op basis van werkelijke kosten en uitgaven. Voor ZZP'ers geldt een andere berekening via de S&O-aftrek.

Methode 1: forfaitair

Bij de forfaitaire methode wordt de grondslag berekend op basis van een vaste opslag per S&O-uur, bovenop het fiscale S&O-uurloon. De opslag bedraagt €10 per uur over de eerste 1.800 S&O-uren, en €4 per uur voor elk uur daarboven. Dit maakt de berekening eenvoudig en voorspelbaar: je hoeft geen aparte kostenregistratie bij te houden.

Methode 2: werkelijke kosten en uitgaven

Bij de methode op basis van werkelijke kosten en uitgaven tel je naast het S&O-loon ook de werkelijk gemaakte directe kosten en uitgaven op bij de grondslag. Denk aan kosten voor apparatuur, materialen of software die rechtstreeks aan het S&O-project zijn toe te schrijven. Dit vraagt om een nauwkeurigere administratie, maar kan voordeliger uitpakken als je hoge projectkosten hebt.

De meeste bedrijven gebruiken de forfaitaire methode

Daadwerkelijke kosten en uitgaven zijn alleen relevant als je directe, fysieke projectkosten maakt, zoals apparatuur of materialen. Softwarebedrijven komen hier vrijwel nooit voor in aanmerking. Ook inhuur van personeel telt niet mee. Twijfel je? De forfaitaire methode is bijna altijd de juiste keuze.

Rekenvoorbeeld: klein softwarebedrijf

Stel: 3 developers × 1.000 S&O-uren per jaar = 3.000 uur.
Grondslag: 3.000 × €29 + 1800 × €10 + 1200 × €4 = €109.800.

Het totaal voordeel valt in de eerste schijf en komt dus uit op:
36% × €109.800 = €39.528 per jaar.

Dit bedrag kan je maandelijks verrekenen via de loonheffingenaangifte.

Gebruik dit voorbeeld in de WBSO-calculator →

Rekenvoorbeeld: starter

Zelfde scenario, maar voor een starter waarbij de grondslag niet 36% maar 50% is.
Het voordeel komt dan uit op 50% × €109.800 = €54.900 per jaar.

Als starter geniet je dus een groter voordeel. Let echter wel op dat je dit voordeel alleen kunt benutten wanneer er voldoende loonheffingen worden afgedragen. Betaal je geen, of weinig salaris uit, dan kan het zo zijn dat je in de praktijk geen of weinig WBSO-voordeel kan benutten.

Gebruik dit voorbeeld in de WBSO-calculator →

Rekenvoorbeeld: werkelijke kosten en uitgaven

Stel: een machinebouwer heeft 2 engineers die samen 2.000 S&O-uren per jaar maken (gemiddeld uurloon €35). Daarnaast investeert het bedrijf €120.000 in een speciaal voor het R&D-project gebouwde testopstelling.

Bij de methode op basis van werkelijke kosten en uitgaven vervalt het forfaitair bedrag. In plaats daarvan tel je de kosten en uitgaven direct op bij het S&O-loon.

S&O-loon: 2.000 × €35 = €70.000
Kosten en uitgaven: €120.000
Grondslag: €70.000 + €120.000 = €190.000

Het voordeel (36%): 36% × €190.000 = €68.400 per jaar.

Ter vergelijking: met de forfaitaire methode zou de grondslag €70.000 + €18.000 + €800 = €88.800 zijn geweest, wat neerkomt op €31.968 voordeel. De methode op basis van werkelijke kosten en uitgaven levert in dit geval ruim twee keer zoveel op.

Gebruik dit voorbeeld in de WBSO-calculator →

Let op: keuze geldt voor het hele jaar

Bij jouw eerste WBSO-aanvraag van het kalenderjaar kies je voor forfaitair of werkelijke kosten en uitgaven. Deze keuze geldt voor het hele jaar en is niet meer te wijzigen. Kies je voor werkelijke kosten en uitgaven, dan ben je verplicht een kosten- en uitgavenadministratie bij te houden.

WBSO voor ZZP'ers en VOF's

ZZP'ers die minimaal 500 S&O-uren per jaar besteden, krijgen een extra aftrekpost (S&O-aftrek) die bovenop de reguliere zelfstandigenaftrek komt. In 2026 bedraagt deze S&O-aftrek €15.979. Starters hebben recht op €23.975 S&O-aftrek. Dit bedrag verlaagt de belastbare winst, waardoor de ZZP'er minder inkomstenbelasting betaalt. Let ook hier op dat je wel voldoende winst maakt om het WBSO-voordeel te kunnen benutten.

Hoe wordt het voordeel toegepast?

  1. 1RVO verstrekt een S&O-verklaring met het goedgekeurde bedrag
  2. 2Elke maand verreken je dit via de loonheffingenaangifte
  3. 3Je draagt minder loonheffingen af aan de Belastingdienst
  4. 4Na afloop van de periode geef je de werkelijk gemaakte uren door via de realisatiemelding

Let op: realisatiemelding

Na afloop van de aanvraagperiode ben je verplicht de werkelijk bestede S&O-uren (en eventueel kosten en uitgaven) door te geven via een 'realisatiemelding' op uiterlijk 31 maart. De RVO zal je hierop wijzen zodra je de jaarlijkse mededeling kunt doen. Je mag uiteraard alleen doorgeven wat je hebt aangevraagd en kan onderbouwen met een sluitende administratie.

Wil je weten hoeveel jij kunt besparen?

Bereken jouw WBSO-voordeel met onze calculator.

Naar de calculator